Dromen zijn een dankbare bron van speculatie. In onze dromen kunnen we na een lange dag (eindelijk!) uiting geven aan onze diepste seksuele verlangens - althans, volgens Freud. De Itemek, een stam diep in de bossen van Noord Canada, gelooft heilig in de voorspellende waarde van dromen. Recent onderzoek biedt nieuwe antwoorden op de aloude vraag: waarom dromen we?

Verbanden leggen

Een lastig probleem kun je vaak oplossen door terug te denken aan eerdere, vergelijkbare situaties. Hoe heb ik het toen aangepakt? Waar associeer ik dit mee? In je dromen lijkt iets vergelijkbaars te gebeuren: je mengt nieuwe ervaringen met oude indrukken. Dat levert bizarre verhalen op, en soms een geniale ingeving.

Een beroemd voorbeeld is de ervaring van Elias Howe, de uitvinder van de naaimachine. Zijn grote struikelblok: hoe kun je de draad vanaf beide kanten door de stof heen trekken zonder de naald over te hoeven pakken? Hij brak er eindeloos zijn hoofd over, totdat hij gevangen werd genomen door kannibalen die hem op wilden eten en met hun speren rond het vuur dansten. (Het bleek een droom te zijn.) De speren hadden allemaal een ronde opening vlak achter de punt - en Howe realiseerde zich dat daar het oog van de naald bij een naaimachine moet zitten.

Ook wetenschappelijk onderzoek ondersteunt de gedachte dat dromen kunnen helpen om oplossingen te vinden voor dagelijkse problemen. Prof. Robert Stickgold van Harvard Medical School liet proefpersonen in een skisimulator naar beneden skiën. De nacht erna maakte hij ze regelmatig wakker en vroeg naar hun dromen. Aanvankelijk droomden de proefpersonen over het computerspel, later in de nacht kwamen vroegere herinneringen boven. Een van hen droomde over een wandeling door de sneeuw, en dat lopen makkelijker gaat als je door bestaande sporen loopt. Stickgold: ‘Ik heb de indruk dat het brein niet alleen aandacht geeft aan het spel zelf, maar ook probeert te zeggen: “Waar doet me dit aan denken? Welke herinneringen heb ik nog meer die hier op lijken?”’

Zelfbeeld

Dromen spelen ook een belangrijke rol in je gemoedstoestand en je zelfbeeld. Prof. Patrick McNamara van Boston University maakte mensen wakker tijdens dromen in hun REM-slaap en vroeg hun reeksen van drie letters aan te vullen tot bestaande woorden. Wie zich goed voelt en een positief zelfbeeld heeft, vult bij zo’n test meer positieve woorden in dan iemand die zich slecht voelt. McNamara maakte de proefpersonen ook wakker tijdens Non-REM-slaap en stelde dezelfde vragen. Opmerkelijk genoeg bleken mensen zelfverzekerd en optimistisch tijdens dromen in hun Non-REM-slaap, en veel negatiever tijdens dromen in hun REM-slaap.

McNamara: ‘Ik denk dat we meer negatieve emoties hebben tijdens REM-gerelateerde dromen omdat tijdens de REM-slaap onze amygdala zeer actief is. En de amygdala is gespecialiseerd in omgaan met negatieve emoties: intense angst, intense woede, aggressie.’ Depressieve mensen hebben relatief veel REM-slaap. ‘Normaal gesproken vallen we in slaap via Non-REM-slaap, maar mensen met een zware depressie vallen veel sneller in REM-slaap. En daarna blijven ze in REM-slaap en brengen ze te veel tijd door in REM. Dus als REM gerelateerd is aan al die negatieve emoties en je hebt te veel REM-slaap, dan zal je een hoop negatieve emoties hebben - en dat is wat we depressie noemen.’

Nachtmerries

Victor Spoormaker promoveerde aan de Universiteit Utrecht op onderzoek naar nachtmerries: hoe vaak komen ze voor en hoe zijn ze te behandelen? Uit zijn studie blijkt dat 2,2% van de Nederlanders aan nachtmerries lijdt. Een training van twee uur - en daarna blijven oefenen - is in de meeste gevallen voldoende om nachtmerries sterk te verminderen.

Hij ontdekte dat mensen kunnen aanleren zich bewust te worden van hun droom (lucide dromen). Spoormaker: ‘In een lucide droom besef je dat je aan het dromen bent, maar ondertussen droom je nog wel gewoon verder. Je zit dan in je eigen droomwereld. Deze is niet echt, maar lijkt dat wel, en je kunt vervolgens de hele droom bijsturen. Ook je nachtmerrie dus.’ Door je bewust te worden in je nachtmerrie kun je de angstaanjagende situatie veranderen, bijvoorbeeld door de achtervolger weg te jagen, in gesprek te gaan of samen een ijsje te eten.

Een nadeel van deze techniek is dat het lastig kan zijn om lucide te leren dromen. Daarom is in recenter onderzoek imagination & rescripting in opkomst. Die methode gaat er vanuit dat verwachtingen een grote rol spelen in nachtmerries. Als je bijvoorbeeld een berg aan het beklimmen bent, dan kun je dat zien als een leuke gebeurtenis of als iets doodengs. Afhankelijk van je verwachtingen kan een vrij willekeurig beeld (een berg) tot een leuke droom leiden, of tot een nachtmerrie. Mensen die vaak nachtmerries hebben bouwen een bepaald verwachtingspatroon op, en dat patroon wordt in hun hersenen steeds gemakkelijker geactiveerd. In een imagination & rescripting-therapie leer je te fantaseren over een andere -positieve- uitkomst, waardoor die bergbeklimming niet uitdraait op een nachtmerrie, maar op een mooie ervaring. Door overdag je verwachtingen te veranderen, wordt de kans groter dat je dromen ook veranderen.

Als traumatische ervaringen een rol spelen in nachtmerries, kan EMDR effectief zijn. EMDR is een therapeutische techniek waarbij je de traumatische herinneren terughaalt in je geheugen en de verwerking op gang brengt door tijdens de herinneringen met je ogen een bewegend voorwerp te volgen. Die oogbewegingen hebben invloed op de manier waarop je de herinnering verwerkt. Over de precieze werking van EMDR is nog veel wetenschappelijke discussie, dát het effectief is bij het verwerken van traumatische herinneringen is inmiddels ruimschoots bewezen.