De functie van slaap wordt ook duidelijk als je kijkt wat er gebeurt als je níet slaapt. Radio DJ Peter Tripp hield het in 1959 ruim 8 dagen zonder slaap uit: met zijn ‘Wakeathon’ op Times Square voor het goede doel zette hij het officiële wereldrecord.

Tijdens zijn recordpoging werd Tripp begeleid door artsen en onderzoekers. De recordpoging leverde hem geheugenverlies, woedeaanvallen, hallucinaties en paranoia op. Hij zag spinnenwebben in zijn schoenen, wormen in het jasje van een van de onderzoekers en hij raakte er van overtuigd dat de artsen een complot tegen hem vormden. De meest eenvoudige testjes, zoals het opnoemen van het alfabet, werden een marteling. Volgens een van de onderzoekers zag hij er uit “als een blind dier dat op de tast de weg in een doolhof probeert te vinden”.

Toegegeven: artsen waren toen nog wat scheutiger in het voorschrijven van hulpmiddelen, en Tripp kreeg tijdens dat experiment amfetamine (speed) voorgeschreven. Het is niet helemaal duidelijk welke symptomen door slaapgebrek kwamen, en welke door de drugs.

Het record van Tripp werd zes jaar later verbrijzeld door Randy Gardner, een 17-jarige scholier die 11 dagen wakker bleef - zónder drugs. In een aantal opzichten functioneerde hij prima: op dag 10 versloeg hij de begeleidende arts met pingpongen en op de laatste dag gaf hij een persconferentie waarbij hij nog prima uit zijn woorden kwam. Toch ging ook hij merkbaar achteruit: hij kreeg last van somberheid, concentratie- en geheugenproblemen, paranoia en hallucinaties. Het lijkt er op dat zijn recordpoging geen blijvende schade heeft toegebracht: artsen hebben na het experiment geen afwijkingen kunnen vinden.