Eus van Someren: professor aan de Vrije Universiteit, gitarist in rockband The Scene en hoofd van de afdeling Slaap & Cognitie van het Nederlandse Herseninstituut.
Hoe ben je ooit in slaaponderzoek beland?
Hij veert op: ‘Dat is altijd de leukste vraag… Studeren was altijd een beetje een parttime gebeuren, ik had het heel druk met van alles en nog wat. Ik had rondgereisd, mijn studie onderbroken en toen ik uiteindelijk mijn doctoraal ging doen kreeg ik een practicum hersengolfmetingen. Een onderdeel van het practicum was het meten van slaap. Zo’n oude EEG-machine waar in een nacht pákken papier doorheen gaan, en dan staan die pennetjes inkt te spuiten op dat papier en je hoort in wat voor slaapstadium iemand terecht komt, en die hersengolven zagen er zo anders uit… Toen ik dat zag was ik verkocht.’
‘Er was in die tijd net een nieuwe hoogleraar gekomen en die vond slaaponderzoek maar niets, hij wilde niet dat we daarmee verder gingen. Wij wilden wel verder en we wisten dat de portiers om tien uur ‘s avonds hun laatste rondje maakten, dus om kwart voor tien ofzo deden we alle lichten in het lab uit en de deuren op slot, en dan zaten we daar binnen te wachten tot hij langs was gelopen en dan hadden we de rest van de nacht nog.’
Wat fascineert je zo aan slaap?
‘Dat is echt een combinatie van dingen, ook de persoonlijke factor: ik heb zelf ook wel eens gemerkt hoe moeilijk het is om een periode van slecht slapen en kort slapen door te komen. En om een slaapprobleem op te lossen. Slapen is zó belangrijk, er gebeurt zoveel met je lichaam en je hersenen als je continu kort of slecht slaapt. Het is een hele nuttige bezigheid om je leven aan te besteden. En heel vervelend als je bij de 10% hoort die regelmatig last heeft van slapeloosheid.’
Wordt dat voldoende erkend?
‘Nee, nee, chronische slapeloosheid is van niemand, de behandeling er van is echt heel slecht in ons zorgstelsel ingebed. Voor andere slaapstoornissen is dat beter. Slaapapneu bijvoorbeeld hoort bij neurologen of longartsen. Daar zit een economisch model achter, die mensen krijg je binnen, je test ze, geeft ze bijvoorbeeld een CPAP apparaat mee, en je hoopt maar dat ze daarmee leren leven. Voor die behandeling declareer je je kosten, het is een verdienmodel. Maar die route bestaat niet voor slapeloosheid. Op de een of andere manier is de slapeloze een beetje tussen wal en schip gevallen. Slapeloosheid hoort niet echt bij de medicijnmannen en het hoort ook niet echt bij psychologen. Langzamerhand zie je wel meer interesse van verschillende mensen ontstaan, maar dat zijn toch vaak individuele voorvechters. Het staat niet systematisch op de kaart.’
‘Een van de eigenschappen van nogal wat slapelozen is dat het doordouwers en perfectionisten zijn. Ondanks hun verschrikkelijke ongemak zijn ze toch nog redelijk vaak op hun werk om hun dingen te doen, waardoor alle bedrijfsartsen en bazen toch denken: “Tja…”’
…niets aan de hand?
‘Het wordt heel erg onderschat hoe mensen worstelen om de dag door te komen.’
Slechte slapers klagen te weinig?
‘Ze blijven net als sommige mensen met griep toch naar hun werk komen waardoor de baas denkt dat het wel goed gaat, niet wetende dat zo’n persoon op een gegeven moment gewoon een burn-out of een depressie kan ontwikkelen. En dan krijgt de depressie de schuld of de burn-out… Daar moeten we echt iets aan doen, die kunnen we misschien vóór zijn door de slapeloosheid beter aan te pakken.’
Hoe slaap je zelf?
‘Ik ben een lichte slaper, dat was ik van kinds af aan al. Tussen mijn vierde en mijn zevende werd ik heel veel nachten per week wakker door nachtmerries, dus ik ging in die tijd gespannen naar bed. Ik ben niet echt een slechte slaper, maar heb wel perioden van kort of slecht slapen in mijn leven gekend. Dan is het zoeken naar wat helpt. Voor mij is dat sporten, al ben ik helemaal geen sportman. En als er lastige dingen besproken moeten worden in het gezinsleven, no way dat ik dat ‘s avonds ga doen, dan ben ik daar de hele nacht mee bezig. Dus ik heb mijn eigen pakketje wel afgebakend: OK, dit gaan we allemaal niet doen, en dat gaan we wel doen. Maar ik denk dat ik wel tot de gelukkigen behoor dat ik daarmee goed slaap.’

