Psychiater Thomas Wehr liet in 1990 een groep mensen een maand lang iedere dag 14 uur in het donker doorbrengen. Ze mochten zoveel slapen als ze wilden. De eerste nacht sliepen ze gemiddeld 11 uur, waarschijnlijk vanwege een chronisch slaaptekort. In de vierde week was hun slaappatroon totaal veranderd: ze sliepen eerst een uur of vier, werden twee uur wakker en sliepen daarna weer vier uur. Het is het slaappatroon van onze voorouders, ontdekte historicus Roger Ekirch.
Ekirch verzamelde in 20 jaar tijd meer dan vijfhonderd referenties aan ons vroegere, gespleten slaappatroon. Hij kamde dagboeken uit, rechtbankverslagen, medische boeken, literatuur en antropologische verslagen. Een Frans doktershandboek uit de zestiende eeuw adviseerde stellen seks te hebben ‘na de eerste slaap’ omdat ze er dan meer plezier aan zouden beleven en beter presteren dan aan het einde van een lange werkdag. In bidvoorschriften uit de laat vijftiende eeuw vond Ekirch talloze gebeden speciaal voor de uren tussen je slaap in. ‘Het is niet alleen het aantal bronnen dat opvalt – het is de manier waarop er aan gerefereerd wordt, alsof het algemeen bekend was,’ zegt hij.
Kunstlicht bleek ook hier een grote rol te spelen. Ekirch schrijft de verschuiving voor een groot deel toe aan betere verlichting op straat en in huis. Parijs was in 1667 de eerste stad ter wereld met straatverlichting, toen nog met kaarsen. Amsterdam had twee jaar later ook een primeur: het was wereldwijd de eerste stad met olielampen als straatverlichting.
Aan het einde van de eeuw was de donkere nacht in meer dan vijftig van Europa’s belangrijkste steden verdrongen. De verwijzingen naar de eerste en de tweede slaap verdwenen volgens een vergelijkbaar patroon: aan het einde van de 17e eeuw eerst onder de stedelijke elite in Noord-Europa, en rond 1920 waren ze haast volledig uit ons geheugen verdwenen.
Tussen de eerste en de tweede slaap bleven de meeste mensen in bed om te lezen, schrijven, te mediteren of te bidden. Slaappsycholoog Gregg Jacobs suggereert dat de wakkere periodes tussen het slapen door, waarbij mensen gedwongen waren om te rusten en te ontspannen, een belangrijke rol heeft gespeeld in het menselijk vermogen om met stress om te gaan. ‘Tegenwoordig besteden we veel minder tijd aan dit soort dingen,’ zegt Jacobs. ‘Het is geen toeval dat er steeds meer mensen zijn die last hebben van angst, stress, depressie, en verslaving.’

